Geschiedenis van de Orangerie
Ondanks de eenvoud van de bouwwijze behoort de Orangerie tot een van de belangrijkste monumenten in het Münsterland.
1753/54
De bouw van de Orangerie of de "Zitronenburg", zoals het in die tijd genoemd werd, komt op naam van de bouwheren Schlaun en zijn medewerker Gerhard van der Giese. Bedoeld was deze ruimte voor de citrusplanten van de kasteelheren van Velen. Minder gebruikelijk was de bouwe van een woonruimte in het bovenste deel van deze grote broeikas. Dit ter ere van de dochter van Haus Velen. Het bovenste deel van de Orangerie ontsluit zich door een brede gang, die van oost naar west door het gebouw leidt. De centrale ruimte (tegenwoordig de witte salon) is bijzonder rijk aangekleed en gebouwd op het zuiden. Het vele licht wat hier en in het trappenhuis binnenkomt is echter misleidend. Het houtwerk was oorspronkelijk in donkere kleuren gehouden om de pastelkleurige wanden en plafonds beter te laten uitkomen. Later diende deze bovenverdieping als kantoor voor de rentmeester. Door dit dubbele gebruik van de ruimte als broeikas en woonruimte was het noodzakelijk om ook aan de noordzijde - wat niet gebruikelijk was - een toegang te maken. Gelukkig bleef de Orangerie gespaard tijdens de grote brand en werd ook in de 2e wereldoorlog niet beschadigd.
80 er jaren
Een omvangrijke restauratie van de Orangerie. De bovendverdieping wordt weer tot een woonruimte omgebouwd. de kelder, die door het prachtige tegelwerk indrukwekkend te noemen is, werd als restaurant ingericht. Eerst bij deze renovatie werden de naar buiten gebouwde dakbalken toegevoegd. Op de begane grond werd het meeste veranderd. De grote ruimte voor de planten, die zich oorspronkelijk over het gehele zuiddeel uitstrekte, werd reeds in 1820 door de bouw van een salon en een kamer met open haard verkleind. Maar ook het overgebleven deel van de vroegere broeikas heeft aan betekenis verloren omdat de ruimte werd omgebouwd in een feestzaal. Onder de parketbodem bevindt zich echter nog de oorspronkelijke bodem, een eenvoudige met bakstenen belegde oppervlakte. Hier vinden tegenwoordig concerten plaats. Daarbij werd inmiddels ook een tot het inventaris behorende cembalo ingezet. De cembalo werd gebouwd door de Antwerpenaar Jan Rückers, een erkende bouwer van de cembalo. Deze tweehandige cembalo is niet alleen indrukwekkend door de historische techniek, maar ook door de bijzondere decoratie. De binnenzijde van de overkapping is met mythologische scenes uit de school van Rubens gedecoreerd, terwijl de buitenzijde vermoedelijk al in de 18e eeuw met gouden besmukte chinoiserieen op een rode ondergrond gedecoreerd is.
Bij concerten is ook de bezichtiging van de beroemde gipsen wanden in het trappenhuis mogelijk. Hier worden in natuurlijke kleuren grote potplanten getoond en met de botanische namen benoemd. Aan de plafonds worden jachttaferelen getoond en in de rococco ornamenten zijn op een humorische manier divers jachttaferelen, dieren en zelfs een draak "verstopt".




